En ergens bleef er altijd een droom
Ik wilde heel graag op een boerderij wonen. Niet per se een boerderij met koeien, al had ik dat waarschijnlijk ook leuk gevonden, maar een plek met ruimte. Met schapen, honden, katten en natuurlijk konijnen.
Die boerderij kwam er uiteindelijk.
Twee konijntjes met alle ruimte
Toen wij op onze boerderij kwamen wonen, had ik twee konijntjes. Twee zusjes die bij ons heerlijk veel ruimte hadden. Ze konden rondhuppelen, graven en zelf hun holletjes maken.
Ze zijn ongeveer tien jaar oud geworden.
Op een gegeven moment kwam er geen konijntje meer uit een van de holen. Ik wist eigenlijk meteen dat ze daar van ouderdom was overleden. Uiteindelijk kwam ook het moment dat het tweede konijntje er niet meer was.
Een tijdje heb ik geen konijnen gehad.
Totdat Moos kwam.
En toen kwam Moos...
Moos was een gecastreerde rammelaar. Tenminste... dat dacht ik. Hij kreeg bij ons een ruime ren en had daar een heerlijk konijnenleven.
Op Facebook zag ik op een dag een verhaal voorbijkomen van iemand die twee konijnen had meegenomen van een verlaten boerderij. Een van die konijnen bleek zwanger te zijn en uiteindelijk liepen daar maar liefst dertien konijnen rond waarvoor nieuwe huisjes werden gezocht.
Ruimte had ik genoeg, dus ik besloot drie voedsters over te nemen.
Die zette ik gewoon bij Moos. Hij was tenslotte gecastreerd.
Iedere voedster koos haar eigen hol uit en Moos? Die had volgens mij de tijd van zijn leven.
Tot de verjaardag van mijn jongste zoon.
Er werd ineens iets kleins bij de konijnen gezien. In eerste instantie dacht ik nog: zou het een muis zijn?
Maar toen het begon te schemeren, kwamen ze tevoorschijn.
Uit de verschillende holletjes verschenen kleine babykonijntjes.
Ik vond het geweldig. Ik was niet meer bij de konijnen weg te slaan. Al die kleine konijntjes die ineens uit de grond kwamen... ik kon er uren naar kijken.
Alleen bleef het daar niet bij.
Een paar weken later verschenen er nóg kleinere babykonijntjes.
En toen begon ik toch wel heel erg aan mijn verhaal over de ‘gecastreerde’ Moos te twijfelen...
Moos bleek namelijk helemaal niet gecastreerd te zijn.
Moos had blijkbaar inderdaad de tijd van zijn leven gehad...
Op dat moment heb ik hem maar opgepakt en in een ander verblijf gezet. Daarna ben ik op internet gaan zoeken hoe dat nu eigenlijk precies zat met konijnen en voortplanting.
Er ging een wereld voor mij open.
Gelukkig had ik voor de eerste jonge konijntjes al fijne huisjes gevonden. Maar mijn man zag ondertussen vooral iets anders.
Hij zag hoe enthousiast ik was.
Hij zei tegen mij:
“Je bent niet bij die konijnen weg te slaan. Waarom ga je niet eens kijken of je konijnenfokker wilt worden?”
En zo werd er een zaadje geplant.
Zo wilde ik het niet
Voordat ik besloot dat ik echt wilde gaan fokken, ben ik bij verschillende fokkers gaan kijken.
Ik zag daar ook konijnen in kleine verblijven en wist eigenlijk meteen één ding:
Zo wilde ik het niet doen.
Toen ik dat tegen mijn man zei, stelde hij een heel simpele vraag:
“Hoe dan wel?”
Dus begon ik te tekenen.
Ik wilde grote verblijven. Verblijven waarin konijnen niet alleen konden zitten, maar ook konden bewegen, huppelen en languit konden liggen. Er moest ruimte zijn.
Mijn ideeën werden steeds groter en mooier.
En toen gingen we uitrekenen wat al dat materiaal zou kosten...
Dat was even slikken.
Mijn mooie plannen verdwenen in een la en het idee om konijnen te gaan fokken raakte langzaam op de achtergrond.
Maar helemaal verdwenen was het nooit.
Het plan kwam weer uit de la
Toen ik later een kleine erfenis kreeg, kwam het oude idee opnieuw ter sprake.
Misschien konden we het nu wél doen.
We bestelden hout en begonnen te bouwen.
Er werd getimmerd, gezaagd en geschroefd. Vrijwel ieder weekend waren we ermee bezig. Mijn man en ik, met hulp van de kinderen.
Langzaam maar zeker ontstonden de eerste verblijven van wat later De Wereld van Brigida zou worden.
We bouwden negen grote verblijven en aan ieder verblijf kwam een ruime ren, zodat de konijnen ook echt konden bewegen.
Ik was ervan overtuigd dat ik het goed voor elkaar had.
En toen kwamen de konijnen...
Ik ontdekte dat de konijnen mijn plannen niet hadden gelezen
Ik wilde mijn konijnen graag samen houden. Konijnen zijn immers sociale dieren, dus in sommige verblijven woonden meerdere voedsters bij elkaar.
Dat ging in eerste instantie prima.
Totdat de hormonen kwamen.
Toen bleken mijn voedsters daar ineens heel andere ideeën over te hebben dan ik.
Dus moest ik opnieuw nadenken en kregen de voedsters hun eigen plek.
Sommige voedsters hadden een gecastreerde rammelaar als maatje. Ook dat vond ik een mooi idee. Totdat een voedster gedekt was en soms helemaal niets meer van haar maatje wilde weten. Zeker rondom een bevalling kon dat veranderen.
Ook de rammelaars kregen daarom tijdelijk een andere plek.
Het was een van de eerste dingen die ik leerde: ik kon vooraf nog zoveel bedenken, maar uiteindelijk waren het de konijnen die mij lieten zien wat wel en niet werkte.
En dat is eigenlijk nooit meer veranderd.
Steeds opnieuw leren
In het begin kregen mijn voedsters kattenbakken waarin ze konden bevallen. Later bouwden we speciale nachthokken in de verblijven, zodat ze een rustige en beschutte plek hadden voor hun nest.
Maar ook daar leerde ik weer van.
De ruimte die ik zo belangrijk vond, had soms ook een nadeel. De jonge konijntjes schoten bij het minste of geringste terug naar hun veilige plekje. Heel begrijpelijk gedrag, maar daardoor merkte ik dat ik minder gemakkelijk contact met ze kreeg.
En ik wilde juist dat de jonge konijntjes hier niet alleen gezond zouden opgroeien, maar ook mensen leerden kennen.
Dus bleef ik kijken, aanpassen en leren.
Soms omdat ik iets zelf ontdekte.
En soms omdat het simpelweg uit de hand liep.
Help... waar laat ik al die konijntjes?
Ik heb een jaar gehad waarin drie voedsters samen ongeveer dertig jonge konijntjes kregen.
En dat waren niet eens mijn enige voedsters.
Er waren ook voedsters die al jongen hadden én voedsters die nog zwanger waren.
Je begrijpt het waarschijnlijk al: ik had een behoorlijk ruimteprobleem.
Natuurlijk had ik ervoor kunnen kiezen om jonge konijntjes zo snel mogelijk te verkopen zodra ze oud genoeg waren.
Maar dat wilde ik niet.
Ik wilde toekomstige baasjes niet twee jonge konijntjes meegeven en vervolgens zeggen: succes ermee.
Ik wilde juist steeds meer naar koppeltjes toe. Konijntjes waarvan ik hier al kon kijken of ze goed bij elkaar pasten en die samen naar hun nieuwe thuis konden.
Maar daarvoor had ik ruimte nodig.
Dus stonden mijn man en ik opnieuw te bouwen.
We maakten speciale ruime verblijven waarin jonge konijntjes konden verblijven tijdens het koppelen en waarin ik ze goed kon observeren.
Langzaam begon mijn manier van werken steeds meer vorm te krijgen.
Niet omdat ik vooraf een perfect plan had gemaakt, maar juist doordat ik in de praktijk steeds beter ontdekte wat ik belangrijk vond.
Ook ik moest leren plannen
Er was nog iets waar ik achter kwam: bijna al mijn voedsters waren ongeveer tegelijkertijd zwanger.
Heel gezellig misschien, maar praktisch niet bepaald handig.
Ik vroeg een vriendin die ook konijnen fokt hoe zij dat aanpakte. Zij vertelde dat zij al in december een aantal voedsters liet dekken en daarvoor gebruikmaakte van een stal.
Dat zette mij weer aan het denken.
Wij wonen tenslotte op een boerderij.
In het oude gedeelte van de boerderij had ik een ruimte die ik vooral gebruikte voor opslag van de konijnenspullen. We hebben die ruimte leeggemaakt en ook daar grote verblijven gebouwd.
Daardoor kreeg ik ineens veel meer mogelijkheden om de nestjes over het jaar te verspreiden.
En opnieuw merkte ik hoeveel verschil dat rust en ruimte gaf.
Daarom besloten we later ook een aantal buitenverblijven opnieuw te verbouwen. De nieuwe verblijven gaven de voedsters meer rust en overzicht. Natuurlijk wilde ik daarbij niet inleveren op beweging, dus ook daar horen ruime buitenrennen bij.
Op het moment dat ik dit verhaal schrijf, ben ik daar zelfs nog mee bezig.
Want volgens mij zal De Wereld van Brigida nooit helemaal 'af' zijn.
Er is altijd wel iets waarvan ik denk: dat kan misschien nóg beter.
Een eigen plekje voor de mannen
Ook mijn dek-rammelaars kregen uiteindelijk hun eigen gedeelte.
Zij verhuisden naar de zij-tuin.
Voor hen heb ik zelf verblijven ontworpen, die mijn man vervolgens heeft gebouwd. Ook daar probeer ik te kijken naar wat zij nodig hebben en wat praktisch werkt.
En ja... er is altijd wel weer een volgend plan.
Mijn man weet inmiddels waarschijnlijk dat de woorden “ik heb eens zitten denken...” meestal betekenen dat er ergens opnieuw getimmerd moet worden.
Mijn konijnenwereld van nu
Inmiddels is De Wereld van Brigida zoveel meer geworden dan de paar verblijven waarmee ik ooit begon.
Iedere dag ben ik bij mijn konijnen.
Ik voer ze, verzorg ze, houd ze goed in de gaten en neem de tijd om ze aandacht te geven. Gewoon even bij ze zijn en aaien vind ik nog steeds een heerlijke bezigheid.
Ook heb ik het fotograferen weer opgepakt. Ik vind het ontzettend leuk om de jonge dieren die hier opgroeien vast te leggen. Ze veranderen zo snel en ieder konijntje heeft weer zijn eigen uitstraling en karakter.
En dan is er deze website.
Daar kan ik ook heel wat uurtjes in kwijt. Ik vind het leuk om te laten zien wat hier gebeurt, informatie te delen en mensen een kijkje te geven in mijn konijnenwereld.
En ergens tussendoor heb ik natuurlijk ook nog een man, kinderen en andere dieren die zo nu en dan mijn aandacht willen.
Waarom ik nog steeds konijnen fok
Wat ik tegenwoordig misschien wel het leukste vind, is om mensen hier te ontvangen.
Ik laat graag zien hoe mijn konijnen leven, hoe ik werk en vooral waarom ik bepaalde keuzes maak.
Want uiteindelijk is dat waarom ik konijnen fok:
Ik wil laten zien dat het anders kan.
Ik wil niet zoveel mogelijk konijnen fokken. Ik wil ruimte hebben voor de dieren die hier leven, aandacht kunnen geven aan de jongen die hier geboren worden en blijven kijken naar wat ik beter kan doen.
En uiteindelijk hoop ik voor mijn jonge konijnen fijne baasjes te vinden.
Ik word nog steeds ontzettend blij wanneer een koppeltje samen naar zijn nieuwe thuis mag. Maar misschien word ik nog wel blijer van de berichtjes die daarna komen.
Foto's van twee konijntjes die heerlijk samen liggen.
Een berichtje dat ze al uit de hand komen eten.
Dat ze zich laten aaien.
Dat ze nieuwsgierig door hun nieuwe verblijf huppelen.
En vooral dat hun nieuwe baasjes ontzettend blij met ze zijn.
Dan weet ik weer waarvoor ik het doe.
En ik droom nog een beetje verder...
Er is namelijk nog iets wat ik heel graag zou willen.
Ooit hoop ik hier een soort knuffeltuin voor konijnen te maken.
Een plek waar mensen tussen de konijnen kunnen zitten. Niet een plek waar konijnen voortdurend opgepakt en geknuffeld moeten worden, maar juist een plek waar mensen kunnen ervaren hoe leuk het is om gewoon tussen konijnen te zijn.
Kijken hoe ze rondhuppelen.
Hoe ze ineens zo'n gekke sprong in de lucht maken.
Een binkie.
Kijken hoe ze spelen, ontdekken of gewoon languit ergens liggen.
Misschien komt er een konijntje nieuwsgierig naar je toe. Misschien ook helemaal niet.
En ondertussen gewoon even zitten.
Want tussen mijn konijnen ervaar ik iets wat moeilijk uit te leggen is: rust.
Die rust ervaar ik iedere dag opnieuw.
En als ik die ervaring ooit met andere mensen kan delen, zou mijn konijnenwereld voor mij nóg een beetje mooier zijn.
Als ik terugkijk, vind ik het eigenlijk bijzonder hoe het allemaal is begonnen.
Met een paar konijnen, drie zelfgekozen holen, een heleboel onverwachte babykonijntjes en Moos... die de tijd van zijn leven had.
En misschien is dat wel precies het moment geweest waarop, zonder dat ik het zelf wist, De Wereld van Brigida is begonnen.